Voor de paarden werkt éénPK Paardenpraktijk Kersten samen met Paardenkliniek de Veluwe uit Heerde en met Paardenkliniek Wapenveld. Uw paard of pony krijgt zo altijd uitstekende zorg van een Erkende Paardendierenarts uit een van deze klinieken. In de spoeddiensten en tijdens vakantie of bij afwezigheid, kunt u dus een paardendierenarts van een van de andere klinieken treffen. De samenwerkende praktijken houden onderling contact over lopende behandelingen en onderlinge bereikbaarheid in het geval van patiënten met een relevante of recente ziektegeschiedenis. Na de dienst wordt de patiënt door de dienstdoende dierenarts weer overgedragen aan de eigen praktijk.

Voor de paarden werkt éénPK Paardenpraktijk Kersten samen met Paardenkliniek de Veluwe uit Heerde en met Paardenkliniek Wapenveld. Uw paard of pony krijgt zo altijd uitstekende zorg van een Erkende Paardendierenarts uit een van deze klinieken. In de spoeddiensten en tijdens vakantie of bij afwezigheid, kunt u dus een paardendierenarts van een van de andere klinieken treffen. De samenwerkende praktijken houden onderling contact over lopende behandelingen en onderlinge bereikbaarheid in het geval van patiënten met een relevante of recente ziektegeschiedenis. Na de dienst wordt de patiënt door de dienstdoende dierenarts weer overgedragen aan de eigen praktijk.

Meest voorkomende spoedgevallen:

A) Koliek
Koliek is een verzamelnaam voor problemen van de organen in de buik die hevige buikpijn bij het paard veroorzaken. Bij “ware koliek” wordt de buikpijn veroorzaakt door problemen met het spijsverteringsstelsel. “Valse koliek” brengt dezelfde uiterlijke verschijnselen met zich mee, maar wordt veroorzaakt door problemen met andere organen, zoals de eierstokken, de testikels of de nieren van het paard. 

Koliekverschijnselen
Koliek varieert van mild tot levensbedreigend. Het is raadzaam om zo snel mogelijk contact op te nemen wanneer u de volgende koliekverschijnselen bij uw paard herkent:

  • schrapen en krabben met de voorbenen;
  • niet willen eten;
  • stil in een hoekje staan;
  • flehmen (optrekken bovenlip);
  • optrekken van de buik;
  • naar de flanken/buik kijken, trappen of bijten;
  • onrustig gedrag, telkens liggen en opstaan, rollen of juist alleen blijven liggen;
  • licht tot hevig zweten;
  • versnelde ademhaling met grote neusgaten;
  • speeksel en/of voerresten uit de neus.

Ieder paard reageert anders op een koliekaanval. Door de verschillende oorzaken van koliek komen de koliekverschijnselen bij het ene paard duidelijker naar voren, dan bij het andere paard. Bij de uitingen van koliek kunnen temperamentverschillen duidelijk zichtbaar zijn, koudbloedige dieren laten minder (heftige) symptomen zien. Neem bij twijfel contact op met de dierenarts om risico’s uit te sluiten.

Oorzaken en behandeling koliek
De behandeling is afhankelijk van de ernst en de oorzaak van de koliek. Een onschuldige kramp krijgt u zelf soms onder controle met wat stappen aan de hand en door het voeren van een speciale darmolie (Colosan).  Helpt dat niet, dan kan de dierenarts een pijnstiller en een darmontspannend middel geven en middels klinisch en rectaal onderzoek de ernstige oorzaken proberen uit te sluiten.
Bij bv verstoppingskoliek wordt het paard door de dierenarts gesondeerd. Via de sonde wordt water met paraffine ingegeven voor een goede laxerende werking.

Soms komen de koliekverschijnselen echter door een liggingsverandering van de darmen en kan zelfs de maag overvuld raken. Bij een ernstige koliek en wanneer injecties niet helpen, kan de dierenarts uw paard naar een specialistische paardenkliniek verwijzen waar nader onderzoek zoals echo en bloedonderzoek direkt kunnen worden uitgevoerd,  alsmede een eventuele operatieve ingreep kan plaats vinden. Dit is voorbehouden aan een aantal grote gespecialiseerde centra zoals de Faculteit Utrecht, Paardenkliniek Emmeloord, Paardenkliniek Wolvega, Dierenkliniek de Lingehoeve.

B) Slokdarmobstipatie

Een slokdarmobstipatie kan optreden wanneer een paard te gulzig eet en onvoldoende kauwt. Ook bij wat oudere dieren kan door onvoldoende kauwen kort na het voeren van krachtvoer een slokdarmobstipatie ontstaan. De slokdarm loopt dan naar boven toe vol met speeksel. Het overtollige speeksel met voer komt dan uit de neus en de mond.

Bel wanneer u de volgende symptomen van een slokdarmverstopping herkent:

  • hoesten;
  • rochelen;
  • speeksel met voerresten uit neus en mond;
  • kokhalsbewegingen;
  • verkramping van de hals;
  • gaan liggen /rollen;
  • schudden of slaan met het hoofd.

Ondanks dat het er heftig uit kan zien door de aanvankelijke paniek bij het dier, kunnen de dieren kunnen gewoon ademen en stikken niet. Om het dier tot rust te laten komen, helpt het soms om een stukje te gaan wandelen. De helft van de slokdarmobstipaties lossen zich spontaan op binnen 1-2 uur en hoeven niet behandeld te worden. Bij heftige gevallen moet de dierenarts het paard een ontspanner van de slokdarmspier geven of moet het dier via de neus gesondeerd worden om het voedsel af te hevelen of de bolus door te spoelen richting de maag.

C) Verwondingen

Uw paard heeft een wond opgelopen. Probeer u paard te kalmeren en los te maken, als deze vast zit. Neem het paard mee naar de spuitplaats, als het dier alle 4 de benen goed kan belasten.

Wat kunt u zelf doen voor uw paard alvorens de dierenarts arriveert:

  • spoel de wond voorzichtig af met lauw/koud en bij voorkeur schoon water;
  • verwijder zoveel mogelijk bloed- en aangekoekte resten en evt vreemde voorwerpen;
  • bepaal of het om een ernstige wond gaat aan de hand van grootte, diepte en locatie van de wond;
  • bij een ernstige verwonding of wanneer u twijfelt over de ernst van de wond is het verstandig zo spoedig mogelijk de dierenarts te bellen;
  • tot de komst van de dierenarts kan de wond het beste met een schoon verband worden afgedekt of laat u het paard op de spuitplaats staan;
  • gebruik geen wondspray of zalf, totdat de dierenarts de wond heeft beoordeeld en besloten heeft of er gehecht moet worden.

De dierenarts beoordeelt de wond en bekijkt welke structuren, zoals bloedvaten, pezen, gewrichten beschadigd zijn. Als de wond kan worden gehecht, dan gebeurt dit bij voorkeur binnen 8 uur nadat de verwonding is ontstaan. Maar ook bij een verwonding die langer dan 8 uur geleden is ontstaan, kan het voordelen bieden om na een grondig wondtoilet de wond (deels) te sluiten, zeker aan de benen. Het beste verband is nog steeds de eigen huid.
Springt de wond later open, dan behaalt u toch een groot voordeel in het cosmetische eindresultaat door de wond in eerste instantie (deels) te sluiten.
Bij een geïnfecteerde wond kan de paardendierenarts besluiten om de wond eerst open te laten en eventueel later chirurgisch te sluiten (secundary closure procedure). Bij uitgebreide chirurgie (op een operatietafel) en bij verdenking op open gewrichten of peesschedes verwijst éénPK uw paard door naar een specialistische kliniek.

D) Einschussbeen

Wees er alert op dat juist bij kleine (steek)wondjes aan met name de onderbenen van het paard, er zich makkelijk een ontsteking kan ontwikkelen. Bacteriën kunnen zich onder een stolsel of korstje in een zuurstofarme omgeving snel vermenigvuldigen en leiden tot een acute bloedvergiftiging/sepsis. Wat aanvankelijk mee lijkt te vallen, kan één tot enkele dagen later leiden tot een zogenoemd Einschussbeen met forse zwelling, veel pijn en hoge koorts. Bij een Einschussbeen is het altijd noodzakelijk dat de dierenarts uw paard behandelt met antibiotica en ontstekingsremmers.

E) Slagaderlijke bloeding

Een slagaderlijke bloeding herkent u aan een sterke pulserende straal met licht rood bloed op de maat van de hartslag. Vaak plast deze slagaderlijke bloeding in een flinke boog uit de wond. Bij deze verwonding legt u liefst zo snel mogelijk een drukverband aan of knoopt u er strak een handdoek of shirt omheen. Indien er geen drukverband aangelegd kan worden, kunt u een tourniquet aanleggen of handmatig ter plaatse druk uitoefenen mbv een schone doek. Laat iemand de dierenarts bellen en geef aan, dat u denkt dat het om een slagaderlijke bloeding gaat.

F) Bevallingen en aan de nageboorte blijven staan

Geboorte
Aan het einde van de dracht zakt de buik uit, komt spanning op de uiers en de banden van het kruis en het bekken verslappen. De laatste 24 u voor de bevalling worden vaak voorafgegaan door melkdruppels aan de tepels, het zogenaamde harsen. Bij een naderende geboorte wordt de merrie al uren voorafgaand aan de bevalling onrustig, wil niet eten en kan telkens gaan staan en gaan liggen.

Het normale geboorte verloop kenmerkt zich als volgt:

  • de merrie gaat zijdelings liggen met de benen van zich af en heeft persweeën;
  • tijdens het geboorteproces zal zij nog meermaals gaan staan en weer gaan liggen;
  • na verloop van tijd wordt de vruchtblaas zichtbaar en breekt het water;
  • daarna wordt de pootjesblaas met daarin de voorhoefjes zichtbaar;
  • zodra het hoofdje op de beide voorbenen uit de merrie tevoorschijn komt, mag het vlies over de neus worden geopend;
  • wanneer de heupen van het veulen de merrie hebben verlaten, stopt zij met persen;
  • stoor de merrie in deze fase niet;
  • na verloop van tijd glijdt het veulen er vanzelf uit;
  • het is van belang dat de merrie zo lang mogelijk blijft liggen met de navelstreng verbonden aan het veulen. Via de intacte navelstreng stroomt er nog kostbaar bloed naar het veulen. Het jonge dier heeft daar veel profijt van;
  • wanneer de merrie uiteindelijk overeind komt, breekt de navelstreng. De navelstomp mag niet lang blijven bloeden. Is dat wel het geval, gebruik dan een navelklem of bindt de navel af met een touwtje.

Complicaties

Gelukkig gaat de geboorte bij een paard meestal goed, maar vooral bij de kleine rassen komen nog wel eens verkeerde liggingen van het veulen voor. Bel de dierenarts bij een van de volgende situaties:

  • vermoeden dat het veulen niet goed ligt: Probeer de merrie in de benen te krijgen en ga met de merrie rondstappen, zodat ze stopt met persen;
  • de nageboorte er na twee uur na de geboorte nog niet af is: Als de nageboorte langer dan 6 uur blijft zitten, is er grote kans dat de merrie ziek wordt door een baarmoederontsteking;
  • koorts, slome of zieke merrie: kans op baarmoederontsteking is er ook als een merrie niet aan de nageboorte heeft gestaan. Temperatuur daarom de merrie de eerste dagen na de bevalling meerdere malen per dag. De temperatuur moet onder de 38.5 graden Celcius blijven en de merrie moet alert zijn en graag willen eten.

Veulen
Na de geboorte is het belangrijk om de merrie en het veulen goed in de gaten te houden van een afstand, zodat de merrie – veulen binding ongestoord tot stand kan komen. Een onrustige merrie kan een negatieve impact op het opstarten van het veulen hebben. Een paardeneigenaar kan tevreden zijn als merrie en veulen in de benen staan, de nageboorte vlot (bij voorkeur <2u) is afgekomen en het veulen drinkt (bij voorkeur <2-4u) en de eerste meconium is gepasseerd.
Laat éénPK daags na de geboorte langskomen om uw merrie, het veulen en de nageboorte te controleren.

Lees meer

Telefonisch spreekuur Dianne Kersten:
maandag t/m vrijdag van 08.30 tot 09.00 uur

Afspraken maken, (terug)bel boodschappen:
maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur

Medicatie ophalen, mestmonsters afgeven:
maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 21.00 uur
zaterdag van 09.00 tot 13.00 uur

KVK nr. 
BTW nr.
Rekening nr.
BIC nr.

54198720
NL001880232B23
NL15RABO0387670955
RABONL2U

éénPK, Paardenpraktijk Kersten

KVK nr. 
BTW nr.
Rekening nr.
BIC nr.

54198720
NL001880232B23
NL15RABO0387670955
RABONL2U

Telefonisch spreekuur Dianne Kersten:
maandag t/m vrijdag van 08.30 tot 09.00 uur

Afspraken maken, (terug)bel boodschappen:
maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur.

Medicatie ophalen, mestmonsters afgeven:
maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 21.00 uur
zaterdag van 09.00 tot 13.00 uur

Developed by MB Media Consultations